Stap in de geschiedenis van Italiaans temperament

In opdracht van Onze Kapel | januari 2020

Voor het Louwman Museum schreef ik zes korte faction-verhalen. Hierin mixte ik feiten met fictie. De verhalen schetsen een tijdsbeeld rond páreltjes van bolides. Pareltjes, ja. En dat uit de pen van een schrijver zonder rijbewijs. Want hoe meer ik me in de bolide’s verdiepte, hoe meer ik me verloor in de geschiedenis van de vooruitgang. Dit is het verhaal van de Ferrari 625 New Zealand Tasman.


Zaterdag, racedag. Het is 11 januari 1958. Zo’n 27 kilometer ten zuidoosten van Auckland manoeuvreert Pat Hoare zijn wagen langzaam richting grid. Pothelm vast, stofbril op, handen stevig om het stuur. Zenuwachtig trommelt de F1-coureur mee op het ritme van de viercilindermotor. Zo van: “pommm-pom-pom-pom-pom.” Op de flanken steigert een wereldberoemd paard. Voor het eerst rijdt Pat een Grand Prix in zijn nieuwe racewagen. Dít bedoelen ze dus met Ferrarirood. Of – zoals de Italianen zelf zeggen – Rosso Corsa.

De Italiaanse gunfactor

Pat wíst wat vriend en vijand daar op die afgeladen tribunes fluisterden. “Wat hadden die Nieuw-Zeelander en Enzo Ferrari eigenlijk met elkaar?” Vrijwel geen coureur bemachtigde in die tijd een opnieuw samengestelde wagen uit de renstal van Il commandante. Vríjwel geen. Op die race-Kiwi na. Overbodige wagens haalde Ferrari doorgaans terug naar de fabriek. Niet om volledig op te knappen. Maar om te slopen.

Pat’s bloedmooie liefje Rita zou ermee te maken hebben. Ja, dat was toch éigenlijk Enzo’s buitenechtelijke dochter?

Buitenechtelijke motieven

Pat’s bloedmooie liefje Rita zou ermee te maken hebben. Ja, dat was toch éigenlijk Enzo’s buitenechtelijke dochter? Of kwam het misschien door zijn rol in het Nieuw-Zeelandse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was zíjn bataljon dat de Italiaanse stad Modena bevrijdde. Inderdaad, de thuishaven van Ferrari. Weer anderen dachten dat de Italiaan zijn race-imperium op deze manier in Nieuw-Zeeland wilde vertegenwoordigen.

Spreken is zilver, racen is goud

Het rode geheim van de zwijgzame Kiwi en de flamboyante Italiaan pronkt inmiddels bij ons in het Louwman Museum. Zowel de grote maestro als de F1-coureur doen hun hele leven niets uit de doeken over de mysterieuze relatie. Áls die er al was, natuurlijk. Ze hadden wel iets beters te doen. Racen, bijvoorbeeld.

Beeld: Louwman Museum

Lees hier meer autoverhalen voor het Louwman Museum.


Add yours Comments – 129

Leave me a Comment